Lapland als ideale langlaufbestemming

Geen betere remedie tegen de waan van de alledaagse ratrace dan enkele dagen langlaufen in het nationaal park Urho Kekkosen in Fins Lapland. Gooi je alpijnse ski’s en snowboards voor één keer aan de kant en ga onthaasten tussen bemoste berken en rendieren, te midden van eindeloze witheid. Op de latten bij de Lappen: haalbaar voor iedereen, zolang je het maar langzaam doet.

Midden maart en dagtemperaturen net boven het vriespunt. Een zon die al rond zeven uur ’s ochtends van de partij is, nooit echt hoog boven de horizon uitkomt, maar toch flink haar best blijft doen tot ongeveer zes uur ’s avonds. We denken niet meteen aan arctische toestanden en toch zijn we aan het langlaufen in Saariselkä, een tweehonderd zielen tellend dorpje in Fins Lapland, een flink stuk boven de Poolgrens en op amper een zucht van de Russische grens.

Shop Lokaal

We kiezen als beginneling voor een makkelijke tocht: zo’n 15 kilometer doorheen de wouden van het nationaal park Urho Kekkosen, met zijn 2550 vierkante kilometer het op één na grootste natuurgebied in Finland. Zacht glooiend, zo kan je de grotendeels beboste hoogvlakte het beste omschrijven. En dat maakt dit natuurpark meteen tot een waar walhalla voor de adepten van de langlaufsport. Aan de ingangspoort van het natuurpark klikken we onze langlaufschoenen in de latten vast. Bij Lapland Safaris huurden we degelijke Rossignol-ski’s, uitgerust met de R-grip. Dat is een revolutionair en toch eenvoudig systeem dat je ski’s grip geeft op sneeuw. Geen nood meer aan ingewikkeld waxen of allerlei schubvormige inkepingen om je langlauflatten vast op de sneeuw te houden. Met verbazend gemak kunnen we lichte hellingen naar boven wandelen. Het is daarbij zaak om continu contact met de perfect onderhouden sporen te houden. We horen een tip van een local die ons aanmoedigend raad geeft: “Verleg je evenwicht van je ene naar je andere been. Je zal merken hoe makkelijk je de heuvel op komt.”

Langlauf Lapland (58 van 78)

Vallen en opstaan

Hoe dieper we het woud intrekken, hoe minder andere mensen we tegen het lijf glijden. De stress uit het thuisland maakt plaats voor het monotone geschuifel van onze latten en het al even eentonige gehijg van onze eigen hartslag. We horen het onze lezers al vragen: of wij dan goede langlaufers zijn? Verre van! We zijn hier in Saariselkä als non-savants toegekomen, en namen gisteren één les. Instructrice Jonna van Lapland Safaris loodst ons door de eerste beslommeringen van deze eenvoudige maar o zo fijne sport. “Zie het als een glijdende vorm van wandelen. Er zijn maar een aantal zaken waarop je moet letten.” We krijgen latten (langer en smaller dan wat we bij alpijns skiën gewend zijn), stokken (een stuk langer), en makkelijk zittende warme schoenen. Op een korte loipe naast ons hotel leert Jonna ons de eerste kneepjes.

Langlauf Lapland (20 van 78)

Maar goed, dat was gisteren. Vandaag glijden we door de schier eindeloze wouden van Lapland. Dit is de speeltuin van wolven, vossen, bruine beren, lynxen, elanden maar ook van rendieren. Velen van hen leven in het wild, maar anderen worden gecultiveerd. Door Hanna onder andere. Hanna is een echte Saami, een echte Lapse dus. De harde ruigheid van Noordelijk Lapland heeft de Saami nooit weggejaagd. Integendeel: koude, lange en donkere winters, en lichte zomers vormen al eeuwen het heimat van de Lappen. Generaties lang al kweekt Hanna’s familie rendieren. Tijdens de winter lopen de wijfjes vrij door het woud en moeten de (gecastreerde) mannetjes werken: toeristen op sleeën rondvoeren. We willen weten hoeveel rendieren Hanna heeft, maar dat blijkt een onbeleefde vraag. Ze lacht verlegen: “Dat vraag je niet. Het is alsof je wil weten hoeveel ik verdien. Laat ik zo antwoorden: ik heb rendieren aan beide zijden van de berk.”

Worst grillen

Na enkele uren langlaufen, dieper het bos in, komen we aan op een open plaats. Vlak, dus dat moet een bevroren meer zijn. We klieven wat houtblokken en maken een open vuurtje. Veel typischer kan het niet, denken we, terwijl we een worstje op een scherp gesneden berkentak spiesen en boven het vuur grillen. We drinken warm bessensap.

Langlauf Lapland (43 van 78)

De tocht gaat verder. De zon heeft er na een lange, zonloze winter opnieuw zin in en zorgt met haar lage stand en sterke stralen voor grillige schaduwen doorheen de eindeloze reeksen kale berken en sparren. Het is lichtjes beginnen vriezen, een heerlijk temperatuurtje om deze trage sport te beoefenen. We merken ook hoe onze – voordien nog onbestaande – techniek snel verbetert. Natuurlijk hebben we een voordeel omdat we alpijns kunnen skiën. Maar langlaufen is en blijft een sport die vrijwel iedereen makkelijk onder de knie krijgt. Als het wat steiler bergop gaat, leren we snel hoe we in schaatspas boven geraken. En ploegend glijden we zonder al te veel horten en stoten ook wat steilere stukjes van het parcours weer naar beneden.

Langlauf Lapland (42 van 78)

Na een lange, gestage klim, komen we aan bij de Rumakurahut. Een desolate houten constructie die in een ver verleden nog researchdoelen had, maar vandaag vooral een welkome beschutting vormt voor moegestreden langlaufers (en zomerse wandelaars). Binnen knettert de haard, dankzij de blokken die er door vele passanten worden opgegooid. Want net zoals de andere hutten in dit nationaal park, is ook de Rumakurahut niet bewaakt. Het is een daghut waar wederzijds respect ervoor zorgt dat iedereen hier kan opwarmen of een meegebracht hapje eten. Overnachten kan, maar ‘alleen als het echt noodzakelijk is’. Overlevingsaanwijzingen op zijn Scandinavisch, vinden we dat.

Rendiersteak, saignant

We sterken zelf aan met een kop warm bessensap en een chocoladereep. Meer hoeft niet, denken we, want de weg terug is langzaam glooiend bergaf. Met de stellige zekerheid dat we in de vroege avond in de 90 graden hete sauna van ons hotel zullen belanden, vatten we de terugweg aan. Traagjes, want een echte langlaufer beseft dat langzaamheid grote zaken past. We moeten geduld uitoefenen, tot we morgen een nieuwe, wat langere tocht op de latten bij de Lappen mogen maken. Tussen vandaag en morgen rest ons alleen nog een rendiersteak. Saignant gebakken, als het even kan.

Alles gepland

Uiteraard kun je zelf je reis uitstippelen, maar voor wie voor deze niet zo bekende winterbestemming liever een uitgekiend reisplan voorgeschoteld krijgt, is Gallia, een Belgische specialist in reizen naar Noord-Europa, een aanrader. Een van de vele aantrekkelijke arrangementen in Fins Lapland is een langlaufreis naar Saariselkä, inclusief vluchten naar Ivalo (via Helsinki) en huur van materiaal. Gallia biedt in Saariselkä ook andere arrangementen aan, zoals huskysafari’s, sneeuwmobieltochten en wandelingen op sneeuwraketten. Naast Saariselkä organiseert Gallia ook reizen naar onder andere Kemi, Rovaniemi en Kittilä.

Langlauf Lapland (44 van 78)

Langlauf leer je in één, twee, drie

Is langlaufen moeilijk? Neen! Noem het zonder veel overdrijving een winterse variant van wandelen. Wie een gemiddelde tot goede conditie heeft, neemt best een halve dag les en is nadien klaar voor het échte werk. Hieronder de essentials die je in een wip onder de knie hebt.

  1. Correct aanbinden van de ski’s.
  2. Leren vallen en makkelijk weer opstaan.
  3. Je eerste meters glijden (op vlakke sneeuw) zonder stokken, om zo je evenwicht te vinden.
  4. Glijden mét skistokken. Let op: het echte werk blijft voor de benen!
  5. Lichtjes bergop skiën in ploegstand.
  6. Lichtjes bergaf skiën met beide stokken die parallel bewegen.
  7. Pas veel later zal je de schaatstechniek aanleren (maar die is zeker niet essentieel om van het langlaufen te kunnen genieten).

Veel plezier!

Langlauf Lapland (28 van 78)

Tekst: Aart De Zitter/Foto’s: Thomas De Boever

DELEN