Flaine wordt vaak over het hoofd gezien door freeriders. Op hun weg naar freeridemekka Chamonix zijn er maar weinigen die de afslag naar dit poedergat nemen. Totaal onterecht, want het skigebied in het hart van Le Grand Massif pakt zowat elk vlokje sneeuw dat er in de wijde omgeving valt mee. Maar ons hoor je niet zeuren: hoe minder volk, hoe meer verse sneeuw er voor ons overblijft.

Het is een drukke winter. De agenda’s voor een paar dagen op elkaar afstemmen, is niet altijd even evident. Maar wanneer we van de Ski École Internationale (ESI) de vraag krijgen een paar dagen te komen rijden in Flaine en meteen een aantal knappe beelden te schieten, is er plots wel een gaatje in die propvolle kalender te vinden. Het is half maart wanneer we in Flaine arriveren. Samen met Theo Alegre de la Soujeole, directeur van de ESI, zullen we de volgende dagen Flaine verkennen, op zoek naar dat ene perfecte freeridebeeld, een beeld dat volgend seizoen spandoeken, posters, flyers en brochures van de ESI en het toeristenkantoor zal sieren. Het enthousiasme is echter niet helemaal top. De condities zijn niet optimaal, het is naar Flaine’s maatstaven te lang geleden dat er sneeuw van betekenis viel. De volgende dagen gaat dat ook niet gebeuren. Dat het maken van goede foto’s niet steeds van een leien dakje loopt, mag gerust geweten zijn. Om je meteen een illusie armer te maken, het is nooit de eerste keer raak. De beste shots vragen geduld, terreinkennis, vakmanschap én een portie geluk. Toch moet dat shot nu gemaakt worden. Wat zal leiden tot een pittige zoektocht, touwen, ijsbijlen en helikopter inbegrepen.

02

Bijna dood-ervaring

De zon speelt haasje-over met de dreigende wolken en dat is goed, want dat geeft een extraatje aan mogelijke foto’s. Theo heeft zijn zinnen gezet op een mooi, maagdelijk wit veldje onder een moeilijk bereikbare couloir. Op de achtergrond dreigt een verticale rotswand. In de lift merken we de couloir die erheen leidt. Maar wat vanuit de lift niet zichtbaar is, is het gebrek aan sneeuw in die couloir. Gras, ijs, rotsen en stenen, dat vraagt al meteen om touwen en klimgordels. Skistokken en ijsbijl gaan in de sneeuw als anker, het touw wordt geïnstalleerd. Alles gaat vlot, tot bij mijn afdaling plots het anker losschiet en ik doorheen de hele couloir over rotsen en ijs pakweg dertig meter lager de diepte in donder. Even denk ik dat ik in de poederhemel ben, maar als bij een geluk overleef ik de val en lig ik daar in inderdaad een maagdelijk en onbereden poederveld. Het vervolg van die afdaling doen we stilzwijgend, in foto’s hebben we even geen zin. Een koffietje op een zonovergoten terras brengt de hartslag terug op een normaal niveau.

03

Terreinkennis gevraagd

De rest van de dag rijden we door simpelweg fantastisch freerideterrein. Het is steil, bezaaid met rotsen en dreigende kliffen. We spelen rond Aup de Veran en Lapiaz. Regen en zout hebben in de loop der eeuwen diepe spleten gevormd in deze kalkbodem. Terreinkennis is hier primordiaal. Een volgende drop in een couloir lokt een behoorlijke hoop volk die van op de piste het schouwspel gadeslaat. Het Mont Blanc-massief torent hoog de lucht in. Maar echt helemaal naar de zin van de fotograaf is het nooit. Het licht is te hard, er staat te veel volk in beeld, die sporen zijn niet mooi, die achtergrond lijkt nergens naar. Een paar telefoontjes later – vooral bedoeld om een aantal mensen op de hoogte te brengen van onze plannen, mocht het fout lopen, en een auto te regelen om ons terug in het gebied te brengen – nemen we de liften richting Vernans en Tête des Saix. We gaan hiken, met een brandende zon op onze rug. De sneeuw is nat en zacht, elke stap die we zetten, zakken we tot aan ons kruis weg. Zweet parelt van onze voorhoofden… de klim gaat wel heel moeizaam zo. En dat is al helemaal het geval met twintig kilogram fotomateriaal op de rug. Maar zodra we de richel overkijken, blijken al onze inspanningen de moeite waard: er is geen spoor te bekennen. Zon en wolken zorgen voor een feeërieke achtergrond, en er zijn veel kleine drops en boompjes waar we wel iets mee kunnen.

04Eén bijna-dood ervaring en één redelijk geslaagd beeld, daar kunnen we de dag mee afsluiten. Het diner in Le Michet is meer dan overheerlijk. Voor de liefhebber beveel ik de Mi-cuit thon à la Tatikki van harte aan.

Missie geslaagd

Theo heeft in de vorm van Clément Catimel versterking opgetrommeld. Onze tijd is beperkt, dus we vliegen er meteen stevig in. Nog voor alle liften geopend zijn, hiken wij reeds richting Tête du Balacha en Combe du Gers, een klassieker in Flaine. De richel is bedekt met een dik pak sneeuw. Onweerswolken sieren Aiguille du Midi in de verte. Het zachte licht van een vroege ochtend, de langzaam opkomende zon die nog karig is in het werpen van schaduwen… Dit zou wel eens iets moois kunnen opleveren. Helaas is de Combe du Gers een bijzonder populaire offpiste-afdaling. Te veel sporen verstoren het plaatje. En ook al knalt de felrode onepiece van Clément er wel uit, het gebrek aan lichte opstuivende poeder maakt het net niet perfect.

06Aan het eind van een lange run wacht de helikopter ons op. Een espresso later, nemen we onze privétaxi om zo snel terug uit de vallei en op de top van Les Grands Platières te staan.

07We willen vandaag nog die andere klassieker beklimmen, de Tête du Colonney. Ondertussen heeft de zon er volop zin in gekregen. Het is dan ook behoorlijk druk tijdens de hike naar de top. En dan komt de kennis van een ervaren local meer dan van pas. Het touw wordt opnieuw bovengehaald, het rappel langsheen de overdreven steile en rotsachtige flank snel afgewerkt. Vraag ons verder niet hoe je er geraakt, maar feit is dat Theo echt wel de beste plekjes weet liggen. En zo kregen we dat heerlijk mooie shot te pakken: op de achtergrond de flanken van Aup de Veran, het spel van zon en wolken, Theo die beheerst en met controle de diepte induikt… De fotograaf krijgt er spontaan een vette glimlach van op zijn gezicht. Missie geslaagd.

05

Wil je zelf gaan freeriden in Flaine, dan kunnen we je de organisatie van Theo van harte aanbevelen. Check zijn Facebook-pagina voor meer info.

Flaine

Of je nu van de architectuur houdt of niet, feit blijft dat Flaine een bijzonder dorp is. Volledig gebouwd met wintersport als doel ging de Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer, onder de hoede van kunstliefhebbers Eric en Sylvie Boissonnas, in 1968 aan de slag. Dat levert bijzonder opvallende hotels en gebouwen waarin het spel van licht en schaduw de toon voeren, op. Talloze kunstwerken sieren de voornaamste pleinen en lanen. Pablo Picasso, Victor Vasarely, Jean Dubuffet… De liefhebber weet waarheen. Logeren deden wij in het prachtige Premium Hotel van Pierre et Vacances, les Terrasses d’Hélios. Voor het diner kunnen we je Le Michet en La Ferme du Sartot meer dan van harte aanbevelen.

Tekst: Jurgen Groenwals/Foto’s: Eric Verbiest