Home Lees WintersportGids Online 2023-2024 Trektocht door IJsland, het land van vuur en ijs

Trektocht door IJsland, het land van vuur en ijs

0
Trektocht door IJsland, het land van vuur en ijs
(c) Jo Haegeman

Trektocht door IJsland, het land van vuur en ijs

De gevoelstemperatuur ligt rond de -15 °C, vermoed ik. We staan in de sneeuw in het midden van nergens en kijken twijfelend naar het riviertje en poeltje voor ons. Dit is onze enige kans deze week. Eén iemand begint al zijn kleren uit te trekken en al snel volgen de anderen. Het lijkt absurd en tegennatuurlijk, maar een paar minuten later liggen we allemaal te genieten en te lachen in het water. Had ik al gezegd dat IJsland wel meer warmwaterbronnen heeft en wij er net drie uur over gedaan hebben om naar deze plek te wandelen?


Een paar dagen geleden dropten twee superjeeps ons af aan de rand van het natuurpark Fjallabak. Deze mastodonten van 4×4’s vind je enkel op IJsland. De IJslanders bouwen ze zelf op een bestaand chassis van offroad-beesten van de grote merken, maar maken ze nog groter, zwaarder en steviger. De banden komen tot aan de heup. De lokale chauffeurs zijn de nieuwe Vikingen. Ze zien er niet alleen stoer uit, maar navigeren hun drakkar, ik bedoel superjeep, via gps over sneeuwvelden, dwars over steile hellingen en los door brede rivieren waar ik twijfel of we de overkant wel zullen bereiken. Geen vrees echter, het is voor deze mannen en hun machines wel de eerste keer dat ze deze winter een groep afzetten in dit niemandsland, maar het is niet hun eerste uitje.

Na een paar uur hotsen en botsen (hier ook wel de ‘vikingmassage’ genoemd) worden we vlak aan onze eerste hut afgezet. “Normaal gezien moesten we al een half uur vroeger stoppen met rijden”, zeggen de Vikings, “maar er lag weinig sneeuw, dus konden we doorrijden.” Het zal niet de eerste keer zijn dat het ons opvalt dat er minder sneeuw dan normaal ligt. We laden ons materiaal uit: onze duffelbags met kledij, kisten met eten en met kookmateriaal, onze pulka’s en de sneeuwraketten.

Pulka’s?

Sneeuwraketten zijn geen langeafstandsoorlogswapens op sneeuwkracht, maar een soort kunststof grote schoenen met onderaan ijzeren pinnen die je onder je eigen schoenen bindt. Zo heb je enerzijds meer drijfvermogen in diepsneeuw (waardoor je er dus niet in wegzakt) en anderzijds meer grip als het wat ijziger en of steiler wordt.

Pulka’s zijn sleeën. Kunststof schelpen van ongeveer anderhalve meter lang en 60 cm breed die met touwen aan een gordel om je lichaam worden vastgemaakt. Zo kan je veel meer gewicht meenemen op langere tochten. We trekken immers acht dagen rond in dit gebied. Alles moet mee en dus trekt ieder van ons een pulka met een gewicht tussen de 25 en de 45 kilo. Eerst leggen we een canvaszak in de pulka, daar gaat alle materiaal in en tenslotte binden we de zak dicht met stevige elastische touwen. Zo kan er bij sneeuwval of storm geen sneeuw in de pulka en blijft ook alles mooi op zijn plaats zitten.

Een eerste kennismaking

De tocht die we zullen doen, doorkruist Fjallabak Nature Reserve, in het zuidoosten van IJsland. Het landschap is bergachtig, gebeeldhouwd door vulkanen en geothermische activiteit, doorweven met lava, sneeuw, rivieren en meren. Het land van vuur en ijs, dat is hier. De Fjallabak ligt midden op de Mid-Atlantische breuklijn.

Nadat we alles hebben uitgeladen en ons in de hut te hebben geïnstalleerd, is de motivatie groot om naar een bergtop niet ver weg te wandelen als opwarmertje. We binden de sneeuwraketten om en onder een stralend zonnetje testen we het terrein. Ondanks een stevige wind loopt het vlot en na een mooi zicht vanop de top staan we een paar uur later terug aan de hut.

Het is de eerste keer in IJsland voor mij. Ik deed al verschillende pulkatrekkings in Scandinavië en ben benieuwd of er veel verschil is met een winterse trektocht op dit eiland van vulkanen en watervallen. Het eerste grote verschil werd al snel duidelijk wanneer we aankwamen bij de hut: we hoefden geen hout te hakken voor de kachel. Er zijn immers geen bossen. In plaats van een houtkachel is er centrale verwarming op gas. De aangesloten gasfles is echter leeg en dus moeten we op zoek naar een volle. Dat betekende eerst een zoektocht naar een mogelijke gasstockageplek en dan wat sneeuwgraafwerk om een hokje vrij te krijgen waarin we gelukkig nog een volle fles vinden.

Het tweede probleem blijkt iets lastiger; het water in de leidingen van de centrale verwarming is bevroren. Het duurt een volledige nacht en dag om dat ontdooid te krijgen èn dan nog eens een dag om de hut van -10 °C naar +10 °C te krijgen. Pas dan kunnen we eten zonder onze donsjas en wollen muts aan. Zo’n houtkachel geeft naast onmiddellijke warmte ook een pak sfeer, dus ik vind de Scandinavische hutjes wel veel aangenamer.

Een warm bad

De ochtend van onze eerste echte dag trekken we zonder pulka naar de warmwaterbron. Onszelf overtuigen om uit onze kleren te gaan en in dat water te springen, duurt even. Het wordt een unieke ervaring, met veel gelach en gestuntel, want als je kletsnat uit een warmwaterbronnetje komt en je wil snel in je droge kleren (die in de sneeuw liggen), gebeuren er al eens acrobatische toeren.

De tocht heen en terug geeft ons een goed beeld van wat we de komende dagen kunnen verwachten. Een wondermooi landschap, met veel heuvels, grote open vlaktes, bevroren meren om over te steken, en een dun laagje sneeuw over rots en mos. Op de terugweg discussiëren we over het nut van de sneeuwraketten aan onze voeten; in dit terrein zijn ze overbodig. Aangekomen aan de hut is er whisky en rum, genieten we van de zon, en slagen onze twee residentiële brandweermannen erin om te barbecueën zonder hout, straf!

IJsland of Antarctica?

We trekken door naar de volgende hut, dieper in het natuurpark. De eerste dag met onze pulka’s en ik begrijp snel waarom deze pulka’s met touwen zijn uitgerust en niet met stangen zoals ik er in Zweden en Finland tochten mee deed. Dit gebied is veel heuvelachtiger. Als je bergaf wandelt, moet de slee voor je uit, niet achter je. De pulka wisselt dus de hele tijd van positie, 360° rondom je. Als ze momentum neemt, pas je maar beter op of je wordt onderuit gesleurd. Regelmatig kantelt ze ook gewoon om of tolt ze je voorbij. Het is wat oefenen, die eerste keren. Opnieuw vinden we de sneeuwlaag wat dunnetjes en reageren schamper over de verwondering van onze gids die hier vorig jaar door drie meter diepsneeuw moest ploeteren. Na aankomst in de hut moeten we meteen weer aan het werk, koken, aperitieven en spelletjes spelen.

Ook de volgende dag is het sleuren met de pulka’s naar de verste hut. We wagen het zonder sneeuwraketten dit keer. Dat valt reuze mee, maar er steekt wel een venijnige wind op; gevoelstemperatuur -27 °C. Het landschap doet me meermaals denken aan Antarctica. Niet dat ik daar al geweest ben, maar zo stel ik het me voor: grote witte vlaktes, bergtoppen, bergruggen, een compleet gevoel van desolaatheid. Hier is dagen in de omtrek geen mens. Een totale rust daalt over me neer en ik geniet met volle teugen in dit bijna buitenaardse decor.

We arriveren in een mooie grote hut met dezelfde verwarmingsproblematiek als de eerste. Na twee dagen verwarmen, bedraagt de temperatuur binnen nog steeds slechts -7 °C. Met een paar mensen gaan we aan de slag met schop en ijsbijl om het toilet buiten, dat is ondergesneeuwd, terug bruikbaar te maken.

De vijfde dag brengt ons een tocht via een open vlakte, een rivier, over ijs, sneeuw en rots met mos, rondom een grote berg in een alles bevriezende wind. Ik denk dat de gevoelstemperatuur vandaag rond de -30 °C ligt. Mijn skibril vriest aan en ik zie niets meer.

Ook de volgende dag, de beklimming van vulkaan Kaldaksslofköll, is pittig. Steil omhoog, dus wel met de raketten, in een snijdende wind, door de zwavelwalmen van de gaten in de vulkaan. Maar wat een uitzicht. Ik vergeet er mijn bevroren voeten door.

De winter moet nog komen

De laatste twee dagen gebruiken we om terug naar de tweede hut te wandelen. Daar komen de superjeeps ons oppikken. Net op tijd, want ons vers eten is op en ook alle whisky en rum is achterovergeslagen. Als afscheidscadeau krijgen we de laatste nacht alsnog een streepje noorderlicht. Op de terugrit merken we dat rivieren en watervallen ineens zijn dichtgevroren. “Het was een korte warmere periode”, zeggen onze Vikingchauffeurs. “Er zal nog een stevige nawinter komen.” Het is begin maart en ik weet niet of ik blij ben dat we niet nog kouder hebben meegemaakt of dat ik uitgedaagd ben om volgende keer terug te komen en te hopen op die drie meter diepsneeuw elke dag…