Vals
Vals, Merel van der Lande

Naar Vals ga je niet voor de lange pistes, de bruisende après-ski en de fancy shops. Je gaat naar Vals als je authenticiteit en rust zoekt. Of als je houdt van architectuur en modern design. Of allebei. Eén ding hebben deze ogenschijnlijk tegengestelde werelden gemeen: het gevoel dat tijd niet bestaat. 

Vals
Merel van der Lande

“Jullie hebben erg veel geluk!”, zegt Berit, de eigenares van hotel Valserhof, waar we de komende nachten zullen doorbrengen. “Het heeft vannacht hard gesneeuwd. Eén dag eerder en jullie hadden een volledig groene omgeving gehad.” Berit en haar man Peter pikken ons met de auto op van het busstation in Vals. Het is niet ver, maar wel een pittige klim naar het kleinschalige familiehotel en we hebben er al een flinke reis met vliegtuig, trein en bus op zitten. Toch is het Zwitserse bergdorp goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Verrassend, want als je naar Vals gaat, ga je naar Vals – er is niets anders in de buurt.


Geheimtip

Het hotel kijkt prachtig uit over de hele vallei en heeft een inrichting die typisch is voor deze streek, met veel houtwerk en een dak bedekt met Valser-kwartsiet. Hier en daar wordt de authentieke berginrichting onderbroken met een modern knalrood stoeltje, een designlamp en moderne kunst. Daarmee weerspiegelt het hotel niet alleen de totaal verschillende karakters van beide eigenaars – hij een hotelier die opgroeide in de bergen, zij een bereisde architect –, maar eigenlijk die van het hele dorp. Want als er één Zwitsers bergdorp is dat barst van de tegenstellingen, is het Vals. En dat zorgt voor een onverwacht aantrekkelijk spanningsveld.

Met duizend schapen, duizend bedden en duizend inwoners is Vals volgens de dorpelingen perfect in balans. En dat willen ze graag zo houden. De rust en de authenticiteit worden streng bewaakt. Tachtig procent van de toeristen komt naar het bergdorp om te ontspannen. Dat betekent echter niet dat er niets te doen is. Onder leiding van berggids Markus Stoffel maakten wij bijvoorbeeld een indrukwekkende panoramische winterwandeling van Gadastatt (1809 m) via Stafelti en Leisalp (1930 m) terug naar Vals (1250 m). Een wandeling naar het stuwmeer Zervreila (1864 m) is ook een aanrader. Onderweg zie je prachtig gevormde ijspegels, alsof ze door een kunstenaar zijn geboetseerd.

Vals
Merel van der Lande

In Vals kun je sleeën, langlaufen en skiën. Het skigebied is echter klein en vrij ouderwets, dus ga je puur op vakantie om te skiën, dan kun je beter naar moderne skigebieden als St. Moritz of Davos Klosters trekken. We krijgen nog wel een leuke geheimtip voor off piste skiërs: er zijn tours onder leiding van een ervaren gids, waarbij je in kleine groepjes met speciale ski’s omhoog loopt en dan offpiste een weg zoekt naar beneden.

Het boerenleven

Naar Vals ga je dus vooral voor het dorp zelf, voor het intrigerende spanningsveld tussen de authentieke en moderne elementen. In Vals boeren boeren nog. ’s Winters hoor je de belletjes van de koeien die in de met sneeuw bedekte weilanden lopen en uit de stallen klinkt zo nu en dan het geblaat van een schaap. Vanaf juni brengen boeren uit de wijde omgeving hun koeien naar de bergen rond het dorp. In de kleine houten huisjes die je her en der ziet, wonen in die periode de herders die op het vee passen.

Het Valser boerenleven proef je letterlijk in de lokale producten en gerechten. De vele soorten biologische kazen en vleeswaren, de stoofpotjes van onder meer wild en lam, en specialiteiten als pizokels (een soort pasta) en capuns (snijbietrolletjes) doen je het water in de mond lopen. Aan de bouw van de huizen zie je dat de Valser van oudsher ook houtbewerkers zijn. Veel huizen hebben een soort houten schubben – een bewerkelijke techniek die de huizen moet beschermen tegen (smelt)water.

Vals
Merel van der Lande

Elk huis heeft een dak van Valser-kwartsiet, een sterk gesteente dat inmiddels wereldberoemd is. Om de eenheid van het dorp te bewaren, is zo’n dak in Vals verplicht. Tijdens een rondleiding door het dorp zien we zelfs een houten brievenbus met een dakje van Valser kwartsiet. Ook leuk is een bezoek aan de schoenmakerij van Anton Peng. De man overleed in 1997 op 103-jarige leeftijd en zijn werkplaats is nu een klein museum waar zelfs zijn handgeschreven administratie nog is te zien.

Top of the bill

Tot zover het authentieke Vals. Het bergdorp heeft namelijk ook een hypermoderne kant. In het centrum van het dorp zien we daarvan al het eerste bewijs. In een kleine winkel verkoopt de familie Truffer er strak vormgegeven voorwerpen van Valser-kwartsiet: sieraden, wijnkoelers, zakmessen, zelfs een gitaar. Maar net buiten het centrum wordt het voor liefhebbers van moderne architectuur, kunst en design pas echt interessant. Daar liggen de thermen, ontworpen door de Zwitserse architect Peter Zumthor. Van oudsher is op deze plek een natuurlijke warmwaterbron. Het water komt er met een temperatuur van 30 °C aan de oppervlakte en is rijk aan mineralen. Dat laatste ruik je – het water heeft een wat ijzerachtige geur. Geschat wordt dat de bron al sinds 1400 v.Chr. bestaat, maar pas in 1893 werd er voor het eerst een kuuroord met zestig bedden en een badhuis gebouwd.

Vals
Merel van der Lande

De thermen van Peter Zumthor werden al kort na de opening op de monumentenlijst gezet en bestaan dit jaar precies twintig jaar. Ze zijn wereldberoemd vanwege de architectuur en het gebruik van Valser-kwartsiet – er werden in totaal 60 000 kwartsietplaten gebruikt. Ook de bijbehorende designhotels zijn indrukwekkend. De kamers, in diverse prijsklassen, zijn ontworpen door toparchitecten en alleen daarom al een bezichtiging waard.

Het meest fascinerend zijn de drie suites van de Japanse architect Kengo Kuma. Ze hebben onder meer een waterbassin dat de toppen van de bergen aan de overkant van de vallei reflecteert. Zonder dat bassin zouden de toppen vanuit de suite niet zichtbaar zijn. Boek je een van die suites, à 2400 euro per nacht, dan is een helikoptertransfer vanaf een van de Zwitserse vliegvelden inbegrepen. Culi’s komen in de thermen ook aan hun trekken: achter het fornuis staat niemand minder dan Sven Wassmer, de beste kok van Zwitserland. Binnen no time sleepte hij met ‘het zilveren restaurant’ in de thermen een Michelinster binnen.

Tijdloos

Wat deze twee, op het eerste oog totaal verschillende, werelden met elkaar verbindt, is een gevoel van tijdloosheid. De materialen, de rust en de gemoedelijkheid van het boerendorp vind je terug in de thermen. Je kunt er ontspannen in de diverse warme en koude baden, stoombaden, relaxruimtes en een buitenbad waar je ’s avonds onder de  sterrenhemel kunt zwemmen. Klokken zijn in de thermen zo goed verstopt (in de bovenkant van een paaltje dat eruitziet als een designobject) dat we bijna te laat komen voor onze massage. Maar ach, geen haan die daarnaar zal kraaien.

Wij vlogen met Swiss (www.swiss.ch) van Amsterdam naar Zürich en namen van daar de trein naar Vals (www.swisstravelsystem.com).

www.vals.ch

Tekst & Foto’s: Merel van der Lande

Shop Lokaal