Ook voor wie liever niet op skilatten staat, hebben de bergen heel wat te bieden. Wat dacht je ervan om met het ganse gezin één van de vele rodelbanen uit te testen? Of toch liever met sneeuwschoenen enkele hoge toppen bedwingen? We testten twee familievriendelijke alternatieven voor de klassieke skivakantie uit.

Tekst: Charlotte Dewilde / Foto’s: Shutterstock


RODELEN: HET SLEEËN 2.0

In mijn verre herinneringen zie ik mijn papa nog hijgend aan het koord van de slee trekken, terwijl ik luid roep: “Sneller, sneller!” En nog steeds ging het naar mijn goesting te traag. Later ontdekten we gelukkig (zeker voor mijn papa) een klein heuveltje, wat me de nodige snelheid en pretoogjes gaf. Met sleeën in Vlaanderen maak je beslist veel plezier, maar rodelen levert me toch net wat meer kriebels in de buik op die ik steeds schaterlachend probeer te bedwingen.

“Een rodel heeft beweegbare delen,
zodat je veel beter kan sturen.”

[als kader ‘Het verschil tussen slee en rodel’ of als paragraaf] Maar waarin verschilt sleeën eigenlijk van rodelen, vraag je je misschien af? Eerst en vooral is de rodel gebouwd met beweegbare delen, zodat je in de afdalingen goed kan sturen. Dit doe je voornamelijk door te trekken aan het koord en je voeten links of rechts in de sneeuw te duwen. Een rodel van hoge kwaliteit, zoals een Kathrein- of Gasserrodel, is gemaakt uit Tirools essenhout en heeft perfect gewaxte ijzeren beschermstrippen onderaan. Naast de eenpersoonsrodel heb je ook nog de gezellige tweezit wat rodelen een familievriendelijke wintersport bij uitstek maakt.

Uiteraard is, behalve de bouw van de slee, ook de omgeving een belangrijke factor voor je snelheid én beleving. In Vlaanderen prijs je jezelf al gelukkig als je zonder trekkende papa überhaupt vooruitgaat en kraakverse sneeuw onder je voeten voelt. Bij rodelen glijd je echter met hoge snelheid een van vele besneeuwde bergen naar beneden.

Geen liefde op het eerste gezicht

Mijn eerste rodelervaringen wil ik heel graag met jullie delen, maar eerlijk is eerlijk: het was geen liefde op het eerste gezicht. Een dikke maand na onze verhuis naar Tirol, waar er meer dan honderd rodelbanen zijn, werd onze kerstboom versierd met een gigantisch pak. Jullie kunnen het nu al raden, maar toen had ik er nog het gissen naar. Ja hoor, mijn vriend Arthur schonk zijn ‘Heidi in Tirol’ een prachtige rodel.

Razend enthousiast en fier als een gieter gingen we met onze rodel via de kabelbaan van onze huisberg ‘de Bergeralm’ omhoog. Ik vooraan, Arthur achteraan en weg waren we. Toen we de eerste bocht naderden, werd duidelijk dat we in ons enthousiasme iets vergeten waren: een introductie stuurtechniek! Kinderen van drie jaar zweefden geruisloos door de bocht en waren in een knip verdwenen in het witte sneeuwtapijt. Ik zat met eieren in mijn broek wild links en rechts te trekken om ons uiteindelijk, als noodlanding, in de sneeuw te sturen. Kortom: een introductievideo op YouTube bespaart je heel wat sneeuwduiken en bezorgt je gegarandeerd 100% sneeuwplezier!

PS: Vergeet je skihelm en -bril niet!

————————–

SNEEUWSCHOENWANDELEN: HET WANDELEN 2.0

Tijdens de Tiroolse winter is skiën een vanzelfsprekendheid: bij de eerste sneeuwvlokken wordt het stof van de skischoenen geblazen en worden de ski’s gewaxt. De coronacrisis zorgde daarenboven voor een gigantische opleving van het toerskiën. Bij deze avontuurlijke vorm van alpineskiën stap je met je ski’s, voorzien van vellen onderaan, de berg omhoog. Daar worden de vellen afgetrokken om vervolgens naar beneden te skiën. Voor mij, als geïmmigreerde Belg, is noch het alpineskiën, noch het toerskiën echter een vanzelfsprekendheid. Gelukkig bestaan er sneeuwschoenen…

“Hoe groter het oppervlak,
hoe kleiner de druk.”

Er is namelijk een wet in de fysica die zegt: “Hoe groter het oppervlak, hoe kleiner de druk”. Sneeuwschoenen lijken op een tennisraket (in het Frans niet voor niets een ‘raquette à neige’ genoemd) waarop je je bergschoenen vastgespt. De sneeuwschoenen zijn aanpasbaar naar verschillende schoengroottes en werken bovendien met gewichtsklassen. Bergop wandelen doe je met een ‘Steighilfe’, een soort hak aan de hiel, die je bij het afdalen terug in kan klappen. Enkel nog twee skistokken en je bent helemaal klaar om de witte bergtoppen te overwinnen.

Op oudejaarsavond maakten Arthur en ik onze eerste sneeuwwandeling. Het was er eentje om nooit te vergeten. Het kraken van de poedersneeuw onder onze voeten, sparrenbomen die bijna bezweken onder de sneeuw en het oogverblindende witte landschap rondom ons zijn maar enkele van de talloze onvergetelijke indrukken.

Slow snow sport

In februari kwam mijn papa ons nog eens bezoeken. Uitdagende sneeuwschoenwandelingen stonden uiteraard op het weekprogramma. De ‘bergtopjacht’ heb ik namelijk niet van vreemden. Zoals vaker op het einde van de winter waren de sneeuwcondities niet optimaal en dus moesten we verschillend ‘schoeisel’ voor de verschillende ondergronden meenemen.

We zijn onze tocht gestart op normale bergschoenen, maar na wat klimmen, moesten we onze stijgijzers over de schoenen trekken. De ijzige ondergrond was namelijk spekglad. Eenmaal we het einde van de boomgrens (ongeveer op 2000 meter hoogte) bereikten, ruilden we de stijgijzers in voor sneeuwschoenen. Gestaag klommen we in een gierende ijzige wind richting het grote metalen kruis van mijn lievelingsberg, de Bendelstein (2436 m).

Ver weg van geprepareerde pistes ontdek maagdelijke sneeuwlandschappen en glinsterende poedersneeuw. De tochten zijn zo kort of lang, makkelijk of moeilijk als je ze zelf wil maken en daarom is de activiteit echt geschikt voor iedereen. Familievriendelijk én budgetvriendelijke dus (mooi meegenomen in tijden van hyperinflatie). Zien we jouw voetsporen deze winter ook in de sneeuw?